Drie stoere auto's met een klein hartje Amsterdam, 25 september 2004.
Tijdens de rally Amsterdam - Dakar die op 7 november van start zal gaan ligt de nadruk op samenwerking en doorzettingsvermogen. Het ultieme doel is dat alle deelnemers met hun voertuig van rond de €500 de klassieke route naar Dakar volbrengen. Een tocht van ruim 6000 kilometer over asfalt, duinen, stenen en strand. Na dit avontuur zullen de teams hun auto schenken aan een goed doel. Drie teams (team 1101, 1114 en 1127) zijn vastberaden om de eindstreep te halen. In Kerre Sering, Gambia, wachten meer dan 160 schoolkinderen en de hoofdmeester vol spanning op hun komst. Dream Team, Barrel Brothers en Lekker Belangrijk! zullen naast de voertuigen ook schoolmateriaal, speelgoed en sponsorgeld meebrengen. Meer informatie over de rally: www.amsterdamdakar.nl. Meer informatie over de schoolkinderen van Kerre Sering: www.picca.be
PERSBERICHT

18 oktober 2004

1e Amsterdam Dakar Challenge levert meer dan €120.000 op voor goede doelen. Wat begon als een grap is uitgelopen op een mega liefdadigheid evenement dat meer dan €120.000 euro zal opleveren voor goede doelen in Gambia en Senegal. Naast het feit dat de Challenge de verwezenlijking van menig jongensdroom is, bevat dit avontuur namelijk een belangrijk charitatief element. Na het halen van de eindstreep worden de auto’s verkocht en komt de opbrengst ten goede aan een lokaal goed doel. Deelnemers bepalen zelf welk goede doel dit is. Dit maakt de challenge ook zo uniek, eindelijk kan men zelf direct iets betekenen voor een ander i.p.v. anoniem een cheque in te vullen.

Initiatiefnemer Arthur Verheijen reed de monsterrit vorig jaar zelf en brengt de deelnemers bij elkaar voor de eerste A'dam - Dakar Challenge ooit gereden. "Het is ongelooflijk wat er allemaal in beweging is gekomen bij de teams, echt mooi om te zien". Er zal voor meer dan €120.000 aan goede doelen worden gegenereerd. Hierbij een drietal zeer aansprekende initiatieven:
STICHTING EVENAAR heeft van de medewerkers van De Parade een ambulance gekregen; deze ambulance zal meerijden in de Challenge. De ambulance is onderdeel van het voornemen om in Kartong -het zuidelijkste dorp aan de kust van Gambia- een dokterspraktijk in op te zetten met mogelijkheid tot opname en behandeling van ernstig zieken en zwangeren. Het bestrijkt het grensgebied van Gambia en Senegal. Bovendien worden de opbrengsten van veel deelnemende wagens gedoneerd aan de dokterspraktijk. Iedere ingebrachte euro wordt door het Ministerie van Buitenlandse Zaken verdubbeld. (zie ook: www.stichtingevenaar.nl>)
PICCA is een jong project dat een schooltje in Kerre Sering in Gambia ondersteunt. Dit schooltje heeft alle hulp hard nodig om te overleven. Inmiddels hebben 4 teams zich verbonden aan dit goede doel. De opbrengst van de auto’s en vooraf ingezamelde materialen en speelgoed (ca. € 2.500,-) gaat naar PICCA. (zie ook: www.picca.be)
STICHTING GERED GEREEDSCHAP is een landelijke vrijwilligersorganisatie die gereedschap inzamelt, opknapt en aanbiedt aan kleinschalige organisaties in ontwikkelingslanden. Of je nu stoelen maakt, kleding naait of huizen bouwt; goed gereedschap is een eerste vereiste om er ook daadwerkelijk je brood mee te kunnen verdienen. (zie ook: www.geredgereedschap.nl) Dit jaar wordt de Challenge voor de eerste keer georganiseerd, volgend jaar komt er zeker een vervolg. Naast een Challenge voor auto’s zal er dan ook een Challenge voor motoren komen.
SCHEUREN DOOR DE SAHARA (HP/DE TIJD, 24 september, 2004)

Naast de rally Parijs-Dakar is er straks Amsterdam-Dakar: in een oud brik crossen door de woestijn. Gewoon 'fun'of een riskante onderneming. Een “challenge voor thrillseekers met nul budget”. Dat is hoe de Amsterdam Dakar Rally zich op zijn website afficheert. Zoals de naam doet vermoeden, is ‘Amsterdam Dakar’ geïnspireerd door de beroemde, barre woestijntocht ‘Parijs Dakar’, maar dan zonder de “dure auto’s, de begeleidende helikopters, het mediacircus”, aldus initiatiefnemer Arthur Verheijen. Het idee is prachtig in zijn eenvoud. Met een oud wrak ter waarde van hoogstens vijfhonderd euro proberen de Sahara te doorkruisen om te eindigen in West-Afrika. Daar worden de auto’s verkocht en moeten de deelnemers de opbrengsten van hun “barrel” aan een lokaal goed doel naar eigen keuze schenken. Helemaal nieuw is het idee voor Amsterdam Dakar overigens niet. De lowbudget rally is een kopie van de vergelijkbare Engelse woestijnrit; Plymouth Dakar die dit jaar voor de derde keer verreden gaat worden. De vijfendertigjarige Verheijen reed vorig jaar mee met die tocht. “Er reed een ijscowagen mee, mini’s, de meest uitgeleefde barrels. Stond je daar ’s avonds in de woestijn tussen stiff upper lip Engelsen met een smoking aan en werd je de volgende ochtend wakker tussen de kamelen.” Verheijen was zo enthousiast dat hij dacht: waarom zou dat hier in Nederland niet kunnen en het idee voor ‘Amsterdam Dakar’ was geboren. Afgaand op de verhalen en het taalgebruik van de Amsterdam Dakar website wordt het een dolle boel daar in Afrika. Auto’s met namen als The Last Samoerai, Mental Mini of ROCWOPS (Racing Old Cars While Other People Sleep). Het zijn coole dudes die hun surfplank op het dak van hun dune cruisers binden en zo een super party hebben. Maar is het niet een beetje vreemd, zo’n decadente, westerse house party op wielen in Mauritanië, een streng Islamitisch land waar alcohol officieel verboden is en waar zelfs de sharia van kracht is? Verheijen vindt dus van niet. Hij meent dat de lokale bevolking westerse woestijnreizigers zeer waardeert. De deelnemers spenderen geld bij de plaatselijke middenstand – in tegenstelling tot bijvoorbeeld Parijs Dakar. En bovendien komen de opbrengsten van de auto’s ook ten goede aan de bevolking. Zijn boodschap: wat zeur je nou, ik doe met die rally toch niemand kwaad. Freelance journalist en Sahara-kenner Gerbert van der Aa, die bijna jaarlijks met tweedehands auto’s door de Sahara rijdt, vindt ook dat het met die decadentie wel meevalt. “Ik denk niet dat Mauritaniers aanstoot zullen nemen. Eerder is het ongekeerde het geval, dat ze de deelnemers losers vinden. Zij denken: ‘Wie gaat er nou met een Opel Ascona door de woestijn rijden? Neem dan tenminste een Mercedes.’ Ik vind deze rally in ieder geval een stuk minder decadent dan de gemiddelde ontwikkelingswerker, die in een gloednieuwe auto rijdt en een dure villa bewoont. Wel zet Van der Aa vraagtekens bij het plan de opbrengst van de rally aan het goede doel te schenken. “Daar moet je echt een studie van maken. Je kan je geld niet zomaar aan iedereen met een goed verhaal geven, want er lopen teveel handige jongens rond die de poen in eigen zak steken. Natuurlijk zijn er goede projecten maar je moet wel heel erg oppassen dat het geld niet verkeerd terecht komt.” De charme van Amsterdam Dakar is dat een grote mate van zelfredzaamheid is vereist. De organisatie probeert allerlei dingen te regelen voor de rallyrijders (zoals een ontmoetingsdag, kortingen op visa kosten en gereedschap) maar uitgangspunt is toch dat elke deelnemer verantwoordelijk is voor het eigen welzijn. Zonder gevaar is deze reis natuurlijk niet: in de Westelijke Sahara liggen nog altijd landmijnen, in Mauritanië moet je door verraderlijke zandduinen rijden. Als er al wegen zijn, verkeren ze vaak in erbarmelijke staat. Er zijn talrijke corrupte douanebeambten en ondoorzichtige wetten. En dan is er ook nog het probleem van de aftandse auto’s waarvan er ongetwijfeld een paar onderweg zullen sneuvelen. Verheijen zegt zich bewust te zijn van de gevaren, maar is er tegelijkertijd niet erg van onder de indruk. Dit tot grote irritatie van sommige ervaren woestijnreizigers. Marius Dussel, begeleider van georganiseerde reizen door de Sahara, bijvoorbeeld vindt dat Amsterdam Dakar een verkeerde voorstelling van zaken geeft. Op diverse online fora van autobladen en op zijn eigen website waarschuwt hij voor Amsterdam Dakar. “Ze doen net of je je overal doorheen kunt lullen of anders de douane wel kunt omkopen, maar zo werkt het niet altijd”, zegt Dussel. Hij heeft eigenlijk geen goed woord voor Amsterdam Dakar over. “Het is onverantwoord hoe Verheijen hier aan is begonnen. Aanvankelijk was er geen enkele begeleiding, nu gaat er gelukkig iemand mee die ook voor mij werkt. Maar nog steeds geldt: wat gebeurt er als iets echt mis gaat? Dan mag iedereen het zelf uitzoeken. Die Verheijen weet nauwelijks waar hij het over heeft. Op het forum van zijn website stonden tot voor kort gewoon hele domme dingen. Je mag per 1 november Senegal bijvoorbeeld niet meer in als je een auto hebt die ouder is dan vijf jaar. Ik weet uit ervaring dat de kolonel die daar het voor het zeggen heeft absoluut niet omkoopbaar is. Die man is zeer rechtlijnig. Straks staan daar zestig wrakken aan de grens. En wat dan? Maar Verheijen doet net alsof dat probleem niet bestaat. Ik heb ze geprobeerd wat advies te geven, maar ik ben keer op keer van hun forum afgedonderd.” “Die Dussel is een living nightmare”, verzucht Verheijen. “Ik begrijp niet wat het probleem van die man is. Hij probeert de boel gewoon te saboteren. En waarom? Omdat hij bang is voor concurrentie. Kijk, het is waar: ik weet niks van auto’s, ik heb die reis maar één keer gemaakt. Maar weet je wat? Het is geen rocket science. Je stapt in je auto en je gaat gewoon. Zo simpel is het in principe. Het gaat mij om de fun. Natuurlijk kan het mis gaan. Natuurlijk ontstaan er problemen. Maar dat is leuk. Dat kun je oplossen en geloof me een paar euro doet wonderen bij Afrikaanse douaniers.” “Je moet blijven lachen. Je geeft je aansteker cadeau en dan kun je meestal wel doorrijden”, beaamt Van der Aa. Hij vindt dat er zeker gevaar bestaat bij een reis als deze, maar dat de risico’s ook weer niet overdreven moeten worden. “Je moet natuurlijk niet lichtzinnig met de woestijn omgaan. Deze twee grondregels van de woestijn zou ik iedereen op het hart willen drukken: altijd een lokale gids huren en altijd met meerdere auto’s tegelijk reizen. Je wilt niet verdwalen. Nog altijd komen er elk jaar in de woestijn van Mauritanië mensen om van de dorst.” Ook Van der Aa meent overigens dat Amsterdam Dakar wel eens problemen zou kunnen krijgen aan de Senegalese grens. “Misschien komen ze er niet door, misschien wel. Dat is Afrika, je weet vantevoren nooit wat je tegenkomt. Dat is het avontuur. Maar ook al strand je bij de grens, er dient zich altijd wel een oplossing aan. Dan verkoop je bijvoorbeeld je auto in Mauritanië en neem je de taxi naar Dakar.” “Ik krijg elke week een paar telefoontjes van mensen die het niet meer vertrouwen”, riposteert Dussel. “Ik heb zelfs al mensen gesproken die aangifte wilden doen van oplichting. Mensen vragen mij om advies en ik zeg dan: waar heb je die Verheijen voor nodig? Hij geeft geen ondersteuning, je moet wel 240 euro inschrijfgeld betalen, kortom je kunt het net zo goed zelf doen.” Van der Aa: “Natuurlijk kun je het zelf doen, maar ik kan me zo voorstellen dat als je het de eerste keer doet, het leuker is als je met een hele groep gaat.” Of je kunt ook met Dussel meegaan, die met zijn bedrijfje Transsahara elk jaar een paar tripjes door de woestijn organiseert en daarvoor 1150 euro rekent (inclusief auto en verblijfskosten weliswaar). Wordt Dussels kritiek niet gewoon ingegeven door broodnijd? Dussel: “Dat heb ik me zelf ook afgevraagd. Ik ben wel jaloers op het idee, maar nee, de manier waarop dit wordt georganiseerd is niet de mijne.” Jeroen van Bergeijk (zie ook: www.vanbergeijk.com)
Algemeen Dagblad

Binnenland, vrijdag 5 november 2004
In een barrel van 500 euro naar Dakar - Door Richard Dubbeld

In een barrel naar Afrika -dat is de Amsterdam-Dakar Challenge. De auto's van de deelnemers mogen niet meer dan 500 euro kosten. Morgen vertrekt de eerste groep voor de toertocht van 6500 kilometer.

Voor het goede doel - Voorbeeld voor de eerste Amsterdam-Dakar Challenge is de tocht Portsmouth-Dakar. Organisator Arthur Verheijen deed daar vorig jaar aan mee en raakte zo enthousiast dat hij in Nederland aan de slag ging. De koers moet geld opbrengen voor het goede doel. Ruim 120.000 euro is al bijeengebracht voor projecten in Gambia en Senegal. Alle auto's worden bij aankomst in Afrika verkocht of weggegeven.

Vlijmen - De Daihatsu stond al op de schroothoop, maar de Amsterdam-Dakar Challenge heeft de wagen gered. Aan die tocht wilden de autocrossliefhebbers Ad van Drunen en Bart van der Pasch graag meedoen. Sterker, iets dergelijks was al jaren hun allerliefste wens. Heerlijk door de woestijn crossen.

De Daihatsu was daarvoor de geschikte wagen. Conform de reglementen van de Challenge niets meer waard, maar met veel liefde en geknutsel best weer op te knappen tot een vehikel dat de tocht van 6500 kilometer zou aankunnen. Om daarna ergens in Gambia nog paar jaar dienst te doen bij een willekeurig gekozen goed doel. Het grootste probleem: de vierwieler had geen motor meer. Het heeft Van Drunen en Van der Pasch ontzettend veel tijd gekost de wagen op te knappen. Veel meer dan gepland, maar ze vonden een motor én banden. Twee dagen voor de start van de tocht staat het voertuig van het Dream Team parmantig te glimmen. De metamorfose is geslaagd. De Japanner lijkt totaal niet meer op het scharminkel van de sloop. Alleen het spatbord linksachter ontbreekt nog. Rood met zwarte stippen is hij, als een lieveheersbeestje. Bovenop is een stevige imperiaal gemaakt. Waar de achterbank stond, is nu een extra tank (afkomstig van een Fiat Panda) gemonteerd. ”Hij is van een benzineauto een diesel geworden.” Al met al is de auto al lang geen 500 euro meer waard. Hoeveel wel? ”Het is maar wat de gek er voor geeft, maar ik schat zo'n 1500 euro”, zegt Van Drunen. Hij is nog gekeurd ook. Niet dat ze daar in Afrika om geven, maar dat was nu eenmaal nodig om morgen vanuit Amsterdam naar de Belgische grens te rijden. Van Drunen deed het zelf, hij is eigenaar van een apk-keuringsstation.

De wagen, zo weet hij zeker, is er klaar voor. Die zal niet stil komen te staan. Het enige zwakke puntje zijn de remmen. Goed genoeg voor een plusje in het keuringsrapport, maar of ze ook goed genoeg zijn voor de primitieve wegen in Noord-Afrika? Hij heeft zo z'n twijfels. ”We hebben materiaal bij ons om elke noodzakelijke reparatie uit te voeren”, aldus Van Drunen. ”Omdat we allebei monteur zijn, komt het vast wel goed. Het enige dat we niet kunnen repareren, een waterpomp, hebben we als reserve bij ons. Wij halen de eindstreep met dit barrel.”

Copyright: Algemeen Dagblad